Interview met dichter Jeroen Besseling

geplaatst in: Boeken | 0

Vandaag ga ik met jullie het interview met dichter Jeroen Besseling delen. Jeroen bracht vorig jaar de dichtbundel De Qualia en het spectrum uit waarvan ik een gesigneerd exemplaar mocht ontvangen, waarvoor dank. Toen ik Jeroen vroeg of ik een interview met hem mocht doen was hij dan ook erg enthousiast en vandaag mogen jullie mee genieten van zijn antwoorden op mijn vragen. Hoe leuk is dat?

1: kun je jezelf een klein beetje voorstellen?

Mijn naam is Jeroen ik ben geboren in het westen des lands. Dichtbij het bos en de zee, in Heemskerk.  Ik woon samen met mijn lieve Turkse vriendin in Beverwijk. Al van jongs af aan was ik erg creatief en ik hou van tekenen, muziek maken (heb 10 jaar in een band gedrumd, die heet Het Brein Dat Kwam Uit De Ruimte) en acteren. Daarnaast heb ik altijd gedichten geschreven al vanaf mijn zestiende jaar. Ik ben echt een denker, een filosoof en heb daarnaast ook in Amsterdam CMV gestudeerd. Dit is een opleiding voor welzijnswerk en het managen van non-profit evenementen, projecten en stichtingen. Daarnaast ben ik ook een erg religieus ingesteld persoon, maar ik deel de mening dat het geloof nooit georganiseerd zou moeten zijn. Daarom hang ik geen specifieke kerk aan, maar geloof wel in de waarheid van bijvoorbeeld de tao.

2: vorig jaar heb je een dichtbundel uitgegeven, waarom moeten wij deze lezen volgens jou?

Ik denk dat het een heel puur en eerlijke weergave is van de strubbelingen die je in je 20-er jaren kan beleven. Dat de gedichten een idee geven hoe je met het leven kan worstelen. Ik denk dat het heel herkenbaar kan zijn. Ook als je eens iets wilt lezen dat wat afwijkend is en probeert te experimenteren kan mijn boek interessant voor je zijn.

3: in je dichtbundel laat je de lezers geloven dat je in een psychiatrie verblijft, hoe ben je op dit idee gekomen?

Dat hangt eigenlijk samen met het puur en eerlijk weergeven van mijn innerlijke strubbelingen. Ik probeerde hier zo diep in mezelf in te gaan dat het soms leek op therapie en ook zo voelde. Daarom kreeg ik het idee om de vorm van therapie te kiezen. Waarbij het dichten als uitlaatklep fungeren voor iemand die fucked up is. Want eigenlijk is dat ook zo, ik heb de waarheid gewoon iets vergroot en er 2 personages bij bedacht van een psychiater en een zuster. En door deze vorm ben ik natuurlijk zelf ook een soort van personage geworden in deze bundel. Ik denk dat het voor mij ook een manier was om wat afstand tot de gedichten te creëren.

4: wat en waar is je favoriete schrijfplek?

Ik schrijf eigenlijk zo een beetje overal. Op mijn werk, thuis, in de trein het maakt niet zoveel uit. Soms komen er gewoon goede zinnen of onderwerpen in mij op. Vaak heb ik een klein notitieblokje waar ik dan in schrijf. Ik schrijf liever op papier dan digitaal. Dus ik denk dat je zou kunnen zeggen dat mijn favoriete schrijfplek een stuk/blok papier is. Het meest productieve ben ik gewoon thuis aan mijn bureau.

5: waar haal je je inspiratie vandaan?

Inspiratie is een raar ding. Ik denk dat het belangrijk is dat je een bepaalde houding hebt, een onderzoekende houding. Als je dan iets meemaakt iemand iets hoort zeggen of ziet doen dan roept dat vragen op. Dan gaat mijn fantasie ermee aan de haal en dan komen er soms bepaalde woorden, associaties en/of zinnen die verband houden met een wat groter thema. Als ik dan ga zitten met die paar woorden en zinnen komt de rest meestal vanzelf erbij.

Maar als ik mezelf dwing te zitten en te schrijven dan werkt het ook wel vaak, dus wat dat betreft hoef ik er niet op te wachten. Er is altijd inspiratie aanwezig je moet je ervoor kunnen openstellen. Het zijn geen bewuste processen, alleen in de afwerking kun je er wat rationeler over denken. Dan ga je bepaalde metrums bijschaven of zinnen van volgorde veranderen om het gedicht “bij te stijlen” zoals ik dat dan noem.

Ik ben wat dat betreft een dichter die echt dicht vanuit zijn kern, zijn ziel probeert te schrijven. Het past bij hoe ik in elkaar zit, waar ik in geloof. Wat ik zelf het mooiste vind in een gedicht. Daarom ben ik qua stijl en vorm vaak afwijkend. Omdat veel dichters rationeel starten, met bepaalde vormen en het metrum en de theorie van het schrijven in hun hoofd en dan vanuit die vastomlijnde kader pas naar binnen zoeken. Dan kanaliseer je je interne zelf en voor mijn gevoel is dat een hele omgekeerde manier van werken. Dit klinkt misschien wat zweverig maar dat is het zeker niet.

Inspiratie zit in ieder mens dus het is de vraag hoe het voor jezelf het beste eruit kan halen.

6: hoe ben je met poëzie in aanraking gekomen?

Poëzie heeft mij gevonden. Ik had de behoefte bepaalde emoties, indrukken uiting te geven. Het bleek dat dit het beste lukte in een dichtvorm. Zelf ben ik later pas gedichten gaan lezen, toen ik al ruim bezig was met schrijven.

Elke dichter is anders en het kost tijd en moeite om je dichters te vinden die je de poezie laten waarderen. Simon Vinkenoog was voor mij een groot voorbeeld. Iemand waarvan ik het gevoel heb dat hij dichtbij me staat qua opvattingen, en daardoor kan ik zijn gedichten ook dieper vatten. En als je geraakt word dan pas komt de interesse. Ook het gedicht van Ernest Dowson (die als intro in mijn boek staat) vond ik heel prachtig en inspirerend. Die hoorde ik op een audio cd met soundscapes op de achtergrond toen ik een jaar of 17/18 was. Langzamerhand ben ik door deze incidentele aanrakingen meer poezie gaan lezen. Maar eerlijk gezegd lees ik in zijn totaal niet zo heel veel (meer). Dus ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik heel veel van andere dichters weet en lees.

7: kun je jouw eerste gedicht nog herinneren en hoe oud was je toen? En weet je nog waar het gedicht over ging?

Dit is echt een moeilijke vraag! Ik weet dat mijn eerste serieuze gedicht “ode aan een spin” is. Die staat ook in mijn bundel “De qualia en het spectrum”. Maar daarvoor heb ik ook wel geschreven. Dit was meer voor mezelf, en het ging vaak over de wereld en hoe teleurgesteld ik was in andere mensen, milieuvervuiling en gierigheid/hebberigheid. Het waren erg gefrustreerde werkjes met weinig interessante contexten. Ze kunnen daardoor makkelijk vergeten worden.

In het begin van mijn 20-er jaren heb ik een streep gezet door al het zielige tiener gedoe. Want niet alles is alleen maar kut en erg en slecht. Juist in die nuance die je dan ziet komt de inspiratie om gedichten te schrijven die verder gaan dan alleen maar de oppervlakkigheid.

8: Poëzie staat nog best in een donkere hoek, vind jij dit ook en hoe zouden we volgens jou poëzie meer onder de aandacht kunnen brengen? Waarom moet je volgens jou poëzie lezen?

We leven helaas in een tijd waarin kunst in alle vormen worden ondergewaardeerd en onderbetaald. Net als dat je ziet dat bv in sport al het geld en aandacht naar voetbal gaat is het in de kunst zo dat al het geld en aandacht gaat naar de muziek en je in andere kunstvormen een paar topartiesten hebt en de rest op een houtje bijt. Dat vindt ik heel kwalijk. De onderwaardering van de inhoud. Kunstenaars die zich profileren als een merk en daardoor bekeken en gekocht worden.

Van alle kunstvormen zijn dichters bijzonder slecht te managen en ook heel slecht om te verkopen als merk. Omdat het een kunstvorm is waar je er niet mee weg komt als je inhoudsloos wat loopt te brabbelen. Daar zou het publiek te makkelijk doorheen prikken. Dus word de hele kunstvorm onderbelicht, de markt wendt zich er vanaf want er valt weinig mee te verdienen.

Als je kijkt naar bv Jules Deelder of Bart Chabot. Niemand kent inhoudelijk werk van ze. Ze worden geboekt omdat ze een goeie kop hebben en leuk kunnen praten op tv. Soms zeggen ze wat controversieels en daar smullen de media van. Technisch gezien zullen er veel mensen beter en interessanter kunnen zijn qua gedichten. Maar daar huur je deze mannen niet voor in.

Het is belangrijk om poezie te lezen om jezelf te leren kennen. Dan kom je erachter dat bepaalde ideeen of gevoelens die jij hebt ook leven bij anderen. Dat je niet alleen bent in je ervaringen en het kan troost en nieuwe inzichten geven om gedichten te lezen. Maar daar moet je voor open staan en dat staat bijna niemand. Want aan jezelf werken en eerlijk zijn over wat je bent en doet is voor de meeste mensen veel te eng. Dus ze beginnen er niet aan.

9: Wie zijn jouw favoriete dichters en waarom?

Zoals gezegd hou ik erg van Vinkenoog. Maar ook bv Toon Hermans is erg geestig maar ook erg gevat. Drs. P vind ik mooi omdat hij technisch foutloos en ongenaakbaar is. Heel anders dan hoe ik zelf schrijf, maar heel erg knap. Ik vind het wel belangrijk als er wat te lachen valt in gedichten, ook al schrijf ik zelf vaak erg serieus. Het boek “de profeet” van Kahlin Gibran vond ik prachtig, omdat het zo simpel is maar tegelijkertijd zo ongelofelijk diep en veelzijdig is. Een klein boekje dat heel groot is qua inhoud. Dat boek is echt puur op de inhoud en met prachtige woorden beschreven. Elke zin is raak. Ik zal er een als voorbeeld citeren:

‘Heb elkander lief, maar maak van de liefde geen band: laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen. (…) Geef je harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.’

10: wat zou je tegen beginnende dichters willen zeggen?

Ik heb het idee dat voor veel mensen gedichten worden gebruikt als een soort spiegel van ellende en dan kom je niet verder dan een moment opname van persoonlijke ellende en verwarring die voor niemand, inclusief jezelf, meerwaarde heeft.

Ga uit je eigen cocon. Het is waardeloos om alleen maar voor en over jezelf te schrijven en je eigen emoties maar zo ongefilterd en zonder vorm op papier te kwakken. Je hebt er zelf niks aan en anderen al helemaal niet. Vaak begint het wel zo, bij mij ook, maar als je echt verder wilt met dichten dan moet je uit dat cocon breken.

Je moet over je eigen zwakke ego heenstappen en bemerken dat iedereen zijn portie ellende te verwerken heeft in het leven. Dan kun je dingen in een bredere context plaatsen. Het is een feit dat gedichten moeten gaan over jou, je gevoelens, de wereld om je heen. Dan maak je iets dat echt interessant is en stap je over het recycelen van je eigen ellende heen.

en als laatste vraag 11: waarom moeten we jou dichtbundel lezen?

Deze vraag is toch ook al bij vraag 2 gesteld?? Misschien mag jij hier jouw mening geven waarom jij vindt dat iedereen het moet lezen?

——————————————————————————————————————-

Als laatste antwoord wat vind ik van het boek, die ga ik doorspelen aan jullie :-)
Dus ga ik jullie aanraden het boek te lezen en dank ik Jeroen voor het erg toffe interview!

Veel liefs,
Joella

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge
:yup :kiss :santa :teehee :no :loveit :hellooo :sad :goodie :laptop :lovekiss :cheer :tongue more »

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.